Internationaal Verslag over de Vrijheid van Religie 2010
KEY REPORTS
Suriname Internationaal Verslag over de Vrijheid van Religie 2010
November 17, 2010
De grondwet voorziet in de vrijheid van religie en andere wetten en beleid die bijdragen tot de algemeen vrije uitoefening van religie.
De overheid respecteerde over het algemeen de vrijheid van de uitoefening van religie. Er was geen verandering in de status van respect voor de vrijheid van religie door de overheid gedurende de periode waarover verslag wordt gemaakt.
Er waren berichten van maatscahppelijke misstanden of discriminatie gebaseerd op religieuze banden, geloof of praktijken en belangrijke maatschappelijke leiders ondernamen stappen om de vrijheid van religie te bevorderen.
De Amerikaanse regering bespreekt de vrijheid van religie met de overheid als deel van haar algemeen beleid om mensenrechten te bevorderen.
Deel I. Religieuze Demografie
Het land heeft een oppervlakte van 63.037 vierkante km en een bevolking van 542.000. Volgens de volkstelling van 2004 is een geschatte 27% van de inwoners afkomstig uit het Indiaas subcontinent, 18% identificeert zichzelf als Creool van Afrikaanse afkomst, 15% is van Indonesiche afkomst en 15% is van van de Marrons afkomstig (afstammelingen van gevluchte slaven). Kleinere percentages zijn van Chinese, Indiaanse, Portugese, Libanese of Nederlandse afkomst.
Volgens de volkstelling is 40.7% van de bevolking Christen, waarbij zijn ingebrepen, Rooms Katholieken en Protestanten en andere groepen, waaronder de Moravische, Lutherse, Nederlands Gereformeerde, Volle Evangelische, Baptistische, Methodistische , Zevendaagse Adventisten, Jehovah's Getuigen gemeenten en de Kerk van Jezus Christus en de Heiligen der Laatste Dagen (Mormonen); 20 procent is Hindoe, waarbij inbegrepen de gemeenten van Sanathan Dharm en Arya Dewaker; 13.5 procent is Moslim, waarbij inbegrepen de gemeenten van de Sunni, Ahmadiyya en de World Islamic Call Centre; en 3.3 procent belijdt inheemse religieën. Er zijn ook Baha'is, Joden, Boeddhisten, Brahma Kumari's en Hare Krishna's.
Er zijn drie Rastafari organisaties: Aya Bingi Order; 12th Tribe en Bobo Shanti.
Inheemse religieën worden beleden door sommige Indiaanse en Marronstammen. Sommige Indiaanse stammen die voornamelijk in het binnenland en in mindere mate in de kustvlakte wonen, belijden shamanisme via een medicijman (piaiman). Vele Marrons die in het binnenland wonen aanbidden de natuur via een ritueel dat geen speciale naam heeft. Andere Marrons, evenals sommige Creolen in de stedelijke gebieden, aanbidden hun voorouders door middel van een ritueel die wintie wordt genoemd. Burgers van Indiaanse en Marron afkomst die zich Christenen noemen volgen ook vaak inheemse gewoonten met de stilzwijgende toestemming van hun Christelijke kerkleiders.
Er is een correlatie tussen ethniciteit en religieus geloof. Vele politieke partijen, waarbij inbegrepen zes van de acht regerende coalitie partijen, hebben sterke etnische banden en hun leden behoren meestal tot dezelfde religieuze groep. Bijvoorbeeld, binnen de regerende coalitie, is het grootste deel van het lidmaatschap van de meest etnische Creoolse Nationale Partij Suriname (NPS) Moravisch, is het grootste deel van de de leden van de meest etnische Hindoestaanse Verenigde Hervomde Partij Hindoe en de leden van de meest etnische Javaanse partij, Pertjajah Luhur, Moslim. Echter eisen poilitieke partijen niet dat partijleiders of leden tot een bepaalde religie moeten behoren. Bijvoorbeeld, de president van het land, vanaf 2000 - '10 en huidig leider van de NPS, belijdt het Katholiek geloof.
Er is geen dirtecte correllatie tussen religieuze banden en de socio-economische status; echter behoren over het algemeen degenen die inheemse religieën belijden in de kleine dorpen van het binnenland tot een lagere socio-economische status. Met uitzondering van degenen die inheemse religieën belijden, komen de religieuze gemeenten niet geconcentreerd voor in een bepaald gebied.
Deel II. De status van de Overheid: Respect voor Vrijheid van Religie
Wettelijk/Raamwerk voor Beleid
De grondwet voorziet in de vrijheid van religie en andere wetten en beleidslijnen droegen bij tot de over het algemeen vrije uitoefening van religie.
De grondwet staat personen toe hun religie te kiezen of van religie te veranderen. De grondwet categoriseert het recht tot vrijheid van reliigie al seen "persoonlijk recht en vrijheid: en verklaart dat elke overtreding van deze persoonlijke vrijheden voor een gerecht kunnen worden gebracht. De grondwet bepaalt dat geen enkel persoon zal worden gediscrimineerd op basis van zijn of haar religie. De overheid staat geen bepaalde religie voor en er zijn geen leerstellingen van een bepaalde religie opgenomen in het straf - en burgerlijk recht.
De overheid eerbiedigt de volgende religieuze feestdagen als nationale feestdagen: Holi Phagwa (Hindoe), Goede Vrijdag (Christelijk), Tweede Pasen (Christelijk), Ied ul fitre (Moslim) en Kerstfeest (Christelijk). Personen van alle religieuze groepen vieren meestal deze feestdagen.
De overheid stelt geen eisen voor het erkennen van religieuze groepen en van de laatsgenoemden wordt niet vereist dat zij zich registreren. Religieuze lessen in scholen zijn toegestaan maar niet vereist. Scholen bieden religieuze lessen aan voor de verschillende religieën. Ouders mogen hun kinderen niet thuis opleiden vanwege religieuze of andere redenen; ze mogen echter hun kinderen op particuliere scholen inschrijven, waarvan vele een religieuze achtergrond hebben. Studenten op openbare scholen mogen alle elementen van hun religie uitoefenen., waarbij is inbegrepen het dragen van religieuze symbolen; naar verluidt hebben scholen echter sommige Rastafari studenten aangesproken dat het dragen van rastavlechten onacceptabel was en stuurden hen naar huis. De voorzitter van de Rastakomankandra Sranang Foundation zei dat ondanks dit de Rastafari's een goede betrekking hebben met het Ministerie van Onderwijs.
De overheid geeft een beperkte subsidie aan een aantal openbare lagere en middelbare scholen die zijn opgericht en geleid worden door verschillende religieuze organisaties. Terwijl de onderwijzers ambtenaren zijn en de scholen opnbaar zijn, zorgen de religieuze groepen voor alle gelden, met uitzondering van de salarissen van de onderwijzers en een klein bedrag voor het onderhoud van de scholen.
De gewapende machten hebben Hindoe, Moslim, Protestantse en Katholieke geestelijken beschikbaar voor de militairen van alle religieuze groepen. Terwijl de predikanten interrreligieuze diensten houden worden de militairen ook uitgenodigd buiten religieuze diensten bij te wonen.
Beperkingen op Vrijheid van Religie
De overheid respecteerde over het algemeen het belijden van de vrijheid van religie. Er was geen verandering in de status van respect voor de vrijheid van religie door de overheid gedurende de periode waarvan verslag wordt gemaakt.
De Rastafari's geloven dat het gebruik van marihijuana nodig is voor hun geestelijke orde en dat een verbod op het gebruik daarvan een vorm van discriminatie is.
Er waren geen berichten over religieuze gevangenen of aangehouden personen in het land.
Gedwongen Religieuze Bekering.
Er waren geen berichten over gedwongen religieuze bekering.
Deel III. De Status van het Maatschappelijk Respect voor de Vrijheid van Religie.
Erw aren geen berichten over maatschappelijke wantoestanden of discriminatie gebaseerd op religieuze banden, geloof of uitoefening en vooraanstaande maatschappelijke leiders namen positieve stappen om de vrijheid van religie te bevorderen.
De Interreligieuze Raad in Suriname bestaat uit vertegenwoordigers van vijf religieuze groepen: twee Hindoe, twee Moslim groepen en de Katholieke Kerk. De leden van de Raad komen maandelijks bijeen om geplande interreligieuze activiteiten en hun positie ten aanzien van het beleid van de overheid te bespreken. De Raad wordt gedeeltelijk ondersteund door en overlegt met de overheid.
Christenen, Hindoes, Moslims en Rastafari's hebben elk ook hun overkoepelende organisaties die gemeenten van hetzelfde geloof bij elkaar brengt.
Deel IV. Het Beleid van de Amerikaanse Regering
De Amerikaanse Regering bespreekt de vrijheid van religie met de regering als deel van haar geheel beleid om mensenrechten te bevorderen.